Teruggang,
de ondernemingsraad
en arbeidsvoorwaarden
 

Het gaat niet goed met de economie. Na de booming jaren van Paars hebben we te maken met de teruggang. Niemand die iets van cycli in de economie weet, zal daar verbaasd over zijn.
 
Nog niet zo heel lang geleden was ik te gast bij een seminar. Dat ging over de zorg voor trainees, voor mensen die pas uit een (hoge)opleiding in de barre wereld van de arbeid gekomen waren. Aan jonge mensen werd gevraagd wat ze verwachtten van hun werkgever. Het geheel onder het motto van modernisering van personeelsbeleid. Er werd gepleit voor zorg voor de jonge werknemer. Er waren coachingstrajecten. Er waren persoonlijke coaches. Er waren loopbaancoaches. Er bestond vooral de wens de nieuwe werknemer in huis te houden. Sommigen spraken in plaats van modernisering van personeelsbeleid van pamperpersoneelsbeleid. Dat riep verontwaardiging op.
 
Als je als nieuwe medewerker een bedrijf in de dienstverlening - en welk bedrijf is vandaag de dag in Nederland geen dienstverlenend bedrijf? - binnenkwam, werd er meteen van alles aangeboden: een auto van de zaak, een gsm van de zaak, hoge instapsalarissen en de mogelijkheid snel door te lopen in salaris. Want in een tijd waarin arbeid schaars is, is de prijs van arbeid hoog.
 
Veel arbeidscontracten waren zeer individueel. Een beetje modern bedrijf wilde geen collectieve arbeidsovereenkomst (dat was oude politiek), een beetje modern bedrijf had er geen behoefte aan via ondernemingsraden collectieve afspraken te maken. Ieder onderhandelde over het eigen arbeidscontract. Dat maakt kwetsbaar, maar daar was in de boomingtijd geen
probleem aan verbonden. Luxe dus voor de geëmancipeerde, assertieve werknemer. Luxe ook voor de werkgever. Die was af van de vakbonden en kon zich angelsaksisch arbeidsvoorwaardelijk rijk dromen.
 
Nog weer langer geleden was ik te gast bij een informatiseerder. Ik was daar op bezoek bij een ondernemingsraad. Het gastschap was in de late jaren tachtig van de vorige eeuw. Tachtig jaar geleden, dus, als je het moderne levensgevoel als maat neemt. Er moest gekrompen worden. De medewerkers vroegen aan de ondernemingsraad die tot dan toe nauwelijks een rol had gespeeld, collectieve regelingen te maken die hen beschermden bij het verlies van hun faciliteiten. De ondernemingsraad met de handen in het haar.
Want waar haal je binnen die termijnen de deskundigheid vandaan?
 
Dus ging men naar de vakbonden. Die hadden tot dan geen leden, want lid zijn van een vakbond was iets voor losers. En mensen in de informatisering zijn geen losers. Daar wordt slechts gewonnen, was het moderne levensgevoel. De
bonden vonden wel dat er iets te onderhandelen moest zijn, dat de bazen en de knechten zich neer zouden willen leggen bij de afspraken die gemaakt werden. Zo ging het dus.
 
De vraag is: kun je van het verleden leren?
 
Nestor




... de stelling ...

kies de reactie van
Ineke Jacobs

kies de reactie van
Danny Warbout

kies de reactie van
Pieter Jan van Delden